logo
logo logo
logo logo
logo  
    Search

Screening op slaapproblemen in de 1e lijn

Allereerst moet nagegaan worden waarom de patiënt ontevreden is over het slaappatroon en of de patiënt een slaapstoornis heeft. Omdat de slaapefficiëntie vermindert, liggen veel ouderen wakker en hebben het gevoel dat ze slecht slapen.
 
Een slaapdagboek kan behulpzaam zijn bij het in kaart brengen van het probleem. Hierbij wordt de patient gevraagd om twee weken lang iedere dag op te schrijven wanneer en hoelang geslapen is.
 
Verder moet opgeschreven worden wat de patiënt bezighield gedurende de nacht en overdag. Ook moet eventueel gebruik van genotmiddelen (koffie, thee, alcohol, nicotine of drugs) en medicijnen genoteerd worden.

Hierdoor wordt vaak duidelijk hoe het slaapprobleem in stand wordt gehouden en wat er aan gedaan zou kunnen worden.
 
Zie ook: http://nhg.artsennet.nl/kenniscentrum/k_voorlichting/NHGpatientenbrieven/
NHGpatientenbrief/PBP4d.htm
).

Bij de screening moet gevraagd worden naar:

  • duur van de klachten;
  • klachten overdag (gevolgen voor het dagelijks functioneren);
  • slaappatroon: hoe ziet het slaappatroon eruit en hoe zag het eruit voordat de klachten optraden;
  • frequentie van de klachten;
  • (irreële) verwachtingen over slaap;
  • wat de patiënt zelf al heeft geprobeerd om beter te slapen;
  • verwachtingen ten aanzien van mogelijke oplossingen voor de slapeloosheid.

Als de patiënt overdag geen klachten heeft, kan informatie worden gegeven over normale slaap met daarbij adviezen voor slaapbevorderend gedrag. Deze adviezen zijn als volgt:

  • Vermijd in de uren voor het slapen gaan koffie, alcohol, copieuze maaltijden en forse inspanning;
  • Lichamelijke inspanning laat in de middag of vroeg in de avond lijkt aan te bevelen. Matig intensieve lichaamsbeweging overdag, blijkt bij patiënten van 60 jaar en ouder effectief ter bevordering van de slaap;
  • Zorg voor een goed bed, matras en hoofdkussen, prettige nachtkleding en een plezierige atmosfeer in de slaapkamer;
  • Gebruik de slaapkamer alleen om te slapen of te vrijen;
  • Ga pas naar bed als u slaperig bent;
  • Als u na een kwartier nog niet slaapt, sta dan op en ga in een andere kamer iets anders doen en pas weer naar bed als u slaperig bent;
  • Sta elke dag op dezelfde tijd op, ook als de patiënt maar kort geslapen denkt te hebben;
  • Vermijd dutjes overdag;
  • Bedenk: niet slapen is geen ramp, u mag er aan toe geven, verzet maakt het alleen maar erger.

Als de patiënt overdag wel klachten heeft, wordt er een uitgebreidere anamnese afgenomen (3). Hierbij dienen de volgende punten aan de orde te komen.

Algemeen

  • Slaapgewoontes, bijvoorbeeld een onregelmatige leefwijze met sterk wisselende slaaptijden, actieve avondbesteding;
  • Opvattingen over de slapeloosheid en omgaan met de klachten: angst om te gaan slapen, vermijdingsgedrag, reacties uit de omgeving. De huisarts kan proberen vermijdingsgedrag te achterhalen met vragen als: ziet u er tegenop om naar bed te gaan? Valt u overdag wel gemakkelijk in slaap? Wanneer gaat u naar bed? Wanneer valt u dan in slaap?;
  • Psychosociale problematiek: moeite met inslapen als gevolg van piekeren of zich niet kunnen ontspannen. Bij acute emotionele problemen, bijvoorbeeld een sterfgeval, vindt de patiënt meestal binnen enkele weken een nieuw evenwicht. Bij ernstige psychische decompensatie kan de slapeloosheid langer duren met een grotere kans op chronisch slaapmiddelengebruik;
  • Psychiatrische stoornissen: vooral depressie (zie de NHG-Standaard Depressie), zie ook Toolkit depressie;
  • Lichamelijke klachten: pijn, jeuk, dorst, pyrosis, hoest, nycturie, dyspnoe, neusverstopping, nachtzweet en hartkloppingen, of chronische somatische aandoeningen die de slaap kunnen verstoren, zoals angina pectoris, hartfalen, perifeer arterieel vaatlijden, astma, COPD, prostaathypertrofie, gastro-oesofageale reflux en artrose. Bij ouderen spelen deze lichamelijke factoren vaak een rol.
  • Verstoring van het dag/nacht-ritme: ziekenhuisopname, onregelmatige leefwijze en overdag slapen;
  • Intoxicaties en bijwerkingen van genots- en geneesmiddelen:
    • alcohol (verstoring van de slaapstructuur, wat onder meer leidt tot te vroeg ontwaken);
    • coffeïne, nicotine en (soft)drugs (stimulering van het centraal zenuwstelsel, belemmering van het inslapen);
    • codeïne (en andere opioïden), NSAID’s en statines (slapeloosheid).
  • Vraag ook naar kenmerken passend bij een secundaire insomnia (zie boven).

Specifiek bij ouderen:

  • Bij ouderen speelt medicatie vaak een rol (5):
    • Psychofarmaca (paradoxale reacties bij hypnotica);
    • Bètablokkers, bronchidilatators, corticosteroïden, diuretica en overige cardiovasculaire, neurologische, psychiatrische en gastrointestinale medicatie kunnen slaapverstoring veroorzaken
    • Sedativa, antihistaminica, dopamine-agonisten en antidepressiva kunnen leiden tot slaperigheid overdag
    • Deze lijst is niet volledig! Vraag altijd de medicatie-anamnese uit en ga na of er een geneesmiddel gebruikt wordt dat slaapstoornis kan veroorzaken.
  • Een (niet herkend) delier kan een oorzaak zijn van nachtelijke onrust en slaperigheid overdag. Vraag naar symptomen van een delier.
  • Er moet gevraagd worden naar vallen, omdat er een associatie is tussen slechte slaap en vallen, zelfs nadat gecorrigeerd is voor slaapmiddelengebruik en comorbiditeit (6).  

Gevolgen van slaapstoornissen bij ouderen

Slecht slapen (7):

  • is slecht voor het humeur<
  • kan leiden tot vallen en chronische vermoeidheid
  • is geassocieerd met geheugenproblemen en slechte concentratie, zelfs tot cognitieve achteruitgang
  • is geassocieerd met verhoogde mortaliteit

Kortom, slaapstoornissen kunnen leiden tot een verminderde kwaliteit van leven (8).

 

Diagnostiek in de 1ste lijn 

Login