logo
logo logo
logo logo
logo  
    Search

Indicaties

Het belangrijkste uitgangspunt is dat gebruik van blaaskatheters zoveel mogelijk voorkomen moet worden en indien een katheter wordt toegepast, de duur van het verblijf zo kort mogelijk is.

Korte termijn indicaties

  • Acute blaasretentie. Veel medicijnen, onder andere neuroleptica, sommige antidepressiva en andere medicijnen met anticholinerge bijwerkingen kunnen acute blaasretentie veroorzaken. Dit kan ook bij infecties en prostaatproblemen voorkomen.
  • Preventie van blaasretentie als tijdelijke maatregel bij operaties.
  • Continue blaasspoeling. Bij hematurie, kan een drieweg katheter worden ingebracht om de blaas continu te spoelen. 
  • Monitoren van de urineproductie bij acuut zieke patiënten in het ziekenhuis.
  • Bij ernstige decubitus met incontinentieletsel.
  • Toedienen van medicamenten in de blaas.

Lange termijn indicaties

  • Chronische blaasretentie door een neurogene, atone blaas. Bijvoorbeeld bij bij Multiple Sclerose, dwarslaesie, status na CVA of diabetische neuropathie.
  • Chronische blaasretentie door blaasuitstroombelemmering. Bijvoorbeeld bij ernstige prostaathypertrofie of door een prostaatcarcinoom.
  • Incontinentie bij terminaal zieke, bedlegerige patiënten, bij wie steeds verschonen te belastend is. Incontinentie op zich is geen indicatie voor een katheter.

Geen goede indicatie

  • Incontinentie.
  • Ter preventie van decubitus. Alleen bij ernstige decubitus met incontinentieletsel kan een katheter worden toegepast.
  • Bepalen van het residu van de blaas: daarvoor is een bladderscan meer geschikt. 

Achtergrond - Risicofactoren 

Login