logo
logo logo
logo logo
logo  
    Search

Interventie

Preventieve maatregelen

Het geven van voorlichting
In het geven van voorlichting over decubitus kan men drie soorten voorlichting onderscheiden:

  • Voorlichting over de verschijnselen van decubitus, risicofactoren en plekken waar decubitus kan ontstaan;
  • Voorlichting over preventieve maatregelen;
  • Voorlichting over behandeling.

Bij het geven van voorlichting kan de folder 'doorliggen' worden gebruikt. De patiënt of mantelzorger kan deze lezen en eventueel later met vragen komen. 

Vroegtijdige herkenning en het gebruik van risicoscorelijsten
Een risicoscorelijst dient dan ook te worden gebruikt als hulpmiddel samen met de klinische blik van de verpleegkundige.

Risico-inschatting op het ontwikkelen van decubitus hoort in het dagelijkse contact van de zorgverlener en zijn/haar patiënt te worden ingebouwd als een essentieel onderdeel van goede zorg en dient eigenlijk iedere dag opnieuw plaats te vinden.

Echter de frequentie van de risico-inschatting van de patiëntenpopulatie is afhankelijk van:
    1. Het moment waarop een patiënt bed- of (rol)stoelgebonden raakt;
    2. Het moment waarop de conditie van de patiënt ernstig achteruitgaat of juist verbetert.

Wisselligging en houding

Uitgangspunt bij de preventie en behandeling van decubitus is het verminderen van de grootte van druk- en schuifkrachten en het verkorten van de duur van de inwerking van deze krachten. Bij patiënten die langdurig op een bed moeten liggen of in een (rol-) stoel moeten zitten is het geven van wisselligging of -houding dan een zinvolle handeling.

Door het geven van wisselligging in een voldoende hoge frequentie wordt de tijd waarin weefselstekort hebben aan bloedtoevoer beperkt en treedt geen weefselschade op. Wisselligging en -houding zijn belangrijk bij de preventie van decubitus.

De optimale frequentie van wisselhouding (in ieder geval bij oudere patiënten) is eens per vier uur met de opmerking dat dit alleen geldt bij het gelijktijdig gebruik van een goede antidecubitusmatras.

Preventie van hieldecubitus

Bij de preventie van hieldecubitus is het belangrijk dat de hielen zoveel als mogelijk worden vrijgelegd.

Aandacht voor de onderlaag

In de praktijk is het matrasoppervlak met de lakens vaak onderhevig aan veranderingen,
waardoor druk-, schuif- en/of wrijfkrachten kunnen optreden.

Hierbij kan gedacht worden aan (te) strak aangespannen lakens, (te) losliggende lakens waardoor rimpel- en plooivorming kunnen optreden, te strakke hoeslakens waardoor een hangmateffect kan optreden, het rechttrekken van de lakens zonder de patiënt te draaien waardoor grote wrijfkrachten ontstaan, bedden waarin delen omhoog kunnen (bovenlichaam, benen) of Trendelenburg of anti- Trendelenburg waardoor schuifkrachten kunnen ontstaan.

Dekenboog

Het nut van het gebruik van een dekenboog is dat het gewicht van de dekens geen extra druk geeft. De dekenboog geeft vaak koude voeten. Het gebruik van een extra niet strakliggende molton deken over de benen of een extra deken overdwars over het voeteneinde kan koude voeten voorkomen.

Incontinentie voor faeces

Vooral diarree kan een belangrijke factor zijn in het ontstaan van stuitdecubitus. Het aanbrengen van een folieverband, zinkoxide pasta, ofwel een zogenoemde barrièrespray zouden dit kunnen voorkomen.

Behandeling van decubitus

De behandeling van decubitus vindt plaats volgens het decubitusbehandelschema van de richtlijn decubitus.


Richtlijnen en referenties

Login